4 mei Dodenherdenking

Het risico dat ik kleingeestig genoemd wordt neem ik maar voor lief, ik waag het er op en wil, in het licht van de aanstaande dodenherdenking, een gedachte met u delen. Ik ben namelijk, net als vele Nederlanders, als oranje fan groot gebracht. Mijn oma kon bijvoorbeeld maar niet genoeg benadrukken hoe heldhaftig koningin Wilhelmina in de oorlog geweest was en omdat ik als kind dol op verhalen was, vroeg ik telkens aan mijn oma om steeds weer iets over de oorlog te vertellen. Mijn oma, wiens huis door de Duitsers leeggehaald is, die bovendien zelf onderduikers in huis had gehad en twee zonen naar Duitsland had zien meevoeren, vertelde dan van oorlog en ellende, maar eindigde altijd met koningin Wilhelmina, die de Nederlanders vanuit Londen steunde. Als ik dan vroeg op welke wijze zij dat deed, dan vertelde mijn oma dat koningin Wilhelmina tijdens de oorlog in Londen woonde en vanaf een microfoon de onderdanen toesprak. Als kind had ik al behoorlijk schokkende verhalen over de oorlog gehoord, maar hoe klein ik ook was, ik was het meest geschokt over het feit dat de koningin, tijdens de oorlog, niet in haar eigen land gebleven was. U weet wel de kapitein en zijn schip. Maar als ik de vraag stelde hoe het kon dat een koningin haar land uit vluchtte, dan sommeerde mijn oma mij om nooit meer over een vluchtende koningin te spreken. Oneerbiedig was dat, majesteitsschennis, bovendien: een koningin vluchtte niet. En zo heeft men mij en een heel volk stil kunnen houden. Want als je het over een vluchtende koningin zou hebben dan deed je aan majesteitsschennis. Gelukkig liet niet iedereen zich monddood maken, Nanda van der Zee, historica, vond het onderwerp blijkbaar interessant genoeg en heeft hierover, na onderzoek een boek geschreven. En juist ik, krijg het als cadeau voor mijn verjaardag. Maar omdat ik genoeg oorlogsverhalen gehoord en gelezen heb, laat ik het boek ongelezen op mijn nachtkastje liggen. Totdat ik de dodenherdenking weer op de t.v. zie en mensen in mooie uniformen kransen zie leggen, terwijl zij tijdens de oorlogsperiode niet eens in Nederland waren. En dan, met gezonde tegenzin, begin ik toch maar aan het boek van Nanda van der Zee. Ik blader eerst van voor naar achter en lees “ De schaduwen van degene die doodgemarteld zijn, vergezellen ons op onze tocht. Zij verrijzen uit putten, graven, sloten, uit ovens, uit brandnetels, uit ongebluste kalk. Zij hadden allen het leven lief, die Joden uit heel Europa. Zij hielden van zonlicht en bloemen. En hun schimmen fluisteren ons toe :
“ Vergeet het niet …….. “

En laat nu hoofdstuk zes over “de regering in oorlogs tijd ” beginnen met de vluchtende kroon. Het woord dat ik niet uit mocht spreken: vluchten. Toch is dat het juiste woord. Koningin Wilhelmina was op dat moment het hoogste gezag in het land, de facto (praktijk ) en de jure ( recht ).
Mijn maag draait om als ik de feiten lees: Haar vlucht op 13 mei was een verpletterende slag voor het moreel van de troepen die nog volop in gevechtshandelingen verwikkeld waren, de natie voelde zich verbittert en in de steek gelaten. Op 10 mei kwamen de Duitser ons land binnen en nog geen drie dagen later vlucht de koningin het land uit. In “Eenzaam maar niet alleen”, schrijft de koningin: “Van de aanvang af waren de berichten het tegendeel van geruststellend. Daarbij namen de minder aangename voorvallen hier ten lande, veroorzaakt door de nazi’s of hun handlangers, grotere afmetingen aan en werd hun toon steeds aanmatigender “
Ik denk als ik dat lees: “ Voor wie waren de berichten het tegendeel van geruststellend en tegen wie werd de toon steeds aanmatigender ? “
Wat het antwoord daar ook op is, de Koningin en Prins Bernhard waren in ieder geval veilig in Londen. Zij woonden in Eaton Squere, waar vandaan zij later verhuisden naar een landhuis bij Maidenhead. Ik lees dat Wilhelmina zich wel veel zorgen maakte over haar gezondheid vanwege fabrieksuitstoot en de daaruit voortvloeiende vervuilde lucht. Als zo’n stukje in het boek: “Oranjes in ballingschap” van Albert Vandermey niet bloed ernstig geschreven was, zou ik denken dat het, gezien in het licht van het lot van de Joden, om een misplaatste grap ging. Ook prinses Juliana is de periode tijdens de oorlog goed doorgekomen. De ongestoorde overtocht naar Halifax eindigde in een kleine doortocht naar de exclusieve Seigniory Club van Montebello. En in de rij staan met voedselbonnen was er ook niet bij, daarvoor in de plaats was een grote Nationale Tentoonstelling en de Art Gallery in Toronto. Ook zo heerlijk was het om de Niagara-watervallen te bezichtigen en verderop in de oorlog maar liefst drie ere doctoraten te ontvangen. Ik schreef al eerder; misschien ben ik wat kleingeestig maar ik weet van een collega, die niet al die reizen gemaakt heeft, dat zij vier jaar over één doctoraat gedaan heeft. Verder was er voor prinses Juliana tijdens de oorlog nog een leuke rondleiding in de Mc Kinnon Industries fabriek in Ontario, een vakantie in Nova Scotia, een bezoek aan een Canadese Motorboot Maatschappij, een leuke tocht naar de Caribische zee, een reis naar Suriname, een zomer in Massachusetts………dus de oorlog is voor de Oranjes niet zo akelig geweest. Je zou haast zeggen ; gelukkig maar, want er was al narigheid genoeg. Die narigheid was er zeker in het land waar de koninklijke familie eigenlijk “ de koninklijke familie ” van was en is. In 1933 kon je al zien aankomen dat het geen vrede kon blijven. In Duitsland was Hitler sinds 1933 aan de macht en hij had een bloedhekel aan Joden dat mag duidelijk zijn . Zij werden dan ook per wet stelselmatig de hoek ingedreven. Bijvoorbeeld buitensluiting van dienstplicht, van leerplicht en van welke vorm van maatschappelijk leven dan ook. Het gevolg was dat zij niet meer de mogelijkheid kregen om te werken en dus niet meer voor zichzelf konden zorgen. Veel Duitse Joden vluchtte daarom, lang voor 1940 naar Nederland, waar uiteindelijk werd besloten de Joden in een kamp te concentreren. De meest geschikte lokatie lag in Elspeterveld in de gemeente Ermelo. Maar er kwam protest, de Veluwe moest voor de toeristen blijven en ook konining Wilhelmina tekende bezwaar aan, want twaalf kilometer vanaf haar buitenverblijf ( het Loo ) een vluchtenlingen kamp opslaan, was in haar ogen te dichtbij. In “Om erger te voorkomen “ staat dat de vlucht van de koningin voor het Nederlandse volk al helemaal niet vanzelfsprekend was, deze was het ook niet voor de in Nederland achterblijvende regering. De koningin liet haar ministers achter zonder enige instructie, zonder overleg. Zij had geheel op eigen houtje het in oorlog zijnde koninkrijk verlaten. Hoe ging dat trouwens in andere landen? Sultan Mohamed V van Marokko zei: “Er zijn hier geen joden, alleen Marokkanen. Hij bleef standvastig in het verdedigen van zijn volk. Ook koning Christian X in Denemarken bleef en was zeer standvastig in zijn verzet om de jodenvervolging zoveel mogelijk tegen te gaan. Hij liep zelfs voorop toen de joden een davidsster moesten dragen. Voor Nederland was het heel jammer, om niet te zeggen betreuringswaardig, dat de koningin vertrokken was, want er ontstond een open plek die met een zekere hebberigheid ingenomen werd door Seyss-Inquart op 29 mei 1940. Het zou toch logischer zijn dat de koningin legerleider wordt, dan dat een legerleider gezag over het land krijgt. In “Om erger te voorkomen” staat dan ook letterlijk: “De gevolgen van de keten : de vlucht van de koningin , het uitwijken van de regering en de twee achtergebleven ministers, die zonder kabinet en koningin, het regerings gezag overdroegen aan iemand die daar niet voor opgeleid was, is van grote betekenis geweest voor de positie van het Nederlandse volk onder de Duitse bezetting, met name voor het joodse volksdeel (!). Na de vlucht van de koningin kwam Hendrik Colijn met de mededeling dat er “ iets gedaan moest worden “ . Hij wilde een groep leiders bij elkaar halen om te kunnen onderhandelen met de Duitse bezetter. Zo kwam twee maanden na de vlucht van koningin Wilhelmina, de Nederlandse Unie tot stand. Vier dagen later kreeg men de mededeling dat men in de Unie niet mocht spreken van
“ vrijheid “ of van “ onafhankelijke trouw aan Oranje “. Na enig getouwtrek ontstond de N.U die socialistisch gericht was. Veel mensen werden er lid van. -Dat de Unie, die het koningshuis in haar uitgangspunt had geschrapt, in zo’n korte tijd miljoenen leden wist te trekken, toont aan dat het huis van Oranje na zijn vlucht bij het merendeel van de Nederlandse bevolking had afgedaan. De ontzetting over de vlucht van de koningin en het overhaaste volgen van de regering had plaatsgemaakt voor onverschilligheid en was bij velen zelfs omgeslagen in een gevoel van opluchting; men zou het wel eens beter gaan doen ( Om erger te voorkomen )- Helaas was dit weer een kans voor de bezetter om meer invloed uit te oefenen in Nederland. In de uitzending van radio-oranje op 12 september van het jaar van haar vlucht, zegt koningin Wilhelmina: “ In een land met beperkte vrijheid is voor Oranje geen plaats. “ Ik schreef al aan het begin van deze column dat ik mogelijk voor kleingeestig uitgemaakt kan worden, dat neem ik dan voor lief, maar ik zal nooit naar de kranslegging op 4 mei kunnen kijken, zonder te denken:
“ Waar waren jullie ? “

Door Liam

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.