Monarchie of Republiek

De veelheid aan reacties jaarlijks op de kerstrede van de koningin tekent een duidelijk beeld van de grote verschillen die in ons land bestaan in het denken over de monarchie, de koningin en de koninklijke familie. Het meest kenmerkende daarbij is de gigantische omslag die daarin is ontstaan. Waar minder dan tien jaar geleden een meewarige aanmerking op de inhoud van een koninklijke boodschap als tamelijk ongepast gold, tegenwoordig schroomt men zelfs niet eraan te twijfelen of hare majesteit nog wel deel uitmaakt van de huidige tijd.

Pijnlijk daarbij is de plotseling opduikende trend van hatelijkheid. De reeks van incidenten, die een spoor achterliet in de recente geschiedenis, wordt gekoppeld aan problemen in het koninklijk huis na de jaren veertig en wordt dan tentoongesteld als een aaneengesloten serie missers. Ten onrechte raakt de zorgvuldige invulling van haar taak door koningin Beatrix op de achtergrond.

Waar nu, door de berichtgeving over de misstappen van prins Bernhard, de riskante positie van koningin Juliana, het twijfelachtige financieel beheer van prinses Christina en het onzorgvuldig handelen van prins Willem Alexander laatdunkend gesproken wordt over de opstelling van de koninklijke familie is ten minste meer nuancering op zijn plaats.

Veeleer dient de Nederlandse bevolking zich te realiseren dat in vrije wil gekozen is voor een monarchie op basis van erfopvolging. Weliswaar in 1815 min of meer opgedrongen, maar sinds 1848 met democratische instemming.

Hoe wonderlijk is de monarchie in Nederland tot stand gekomen. Tot de Verlichting waren de Oranjes als prinsen bestuurlijke autoriteiten. Door een deel van de Republiek geaccepteerd, door een ander deel afgewezen. Toen Frankrijk de monarchie afschudde en koos voor de volksrepubliek leken de lage landen volledig in de pas. De opgedrongen, maar gewaardeerde koning Lodewijk Napoleon, broer van de zelf verheven Franse keizer, bracht ons voor het eerst de monarchie. Zelfs met een dermate sympathiek jasje, dat na de Franse tijd deze staatsvorm bij terugkeer van Willem I niet werd afgewezen.

Bij de ontwikkelingen die na de negentiende eeuw gingen volgen, schoof de overerving als factor bij de opvolging in Europa steeds verder naar de achtergrond. Echter niet in Nederland. Hier groeide een ongemotiveerde trots op ons monarchale systeem en een wonderlijke verknochtheid aan ons koninklijk huis. Veel Nederlanders hebben de indruk dat buitenlanders min of meer jaloers zouden zijn op onze structuur. Gesprekken met buitenlanders gaven mij echter de indruk dat wij worden beoordeeld met een zekere meewarigheid.

“Waarom geef je in een democratisch systeem vrijwillig macht uit handen?”

Als de loyale Nederlander zich verdedigt met ontkenning van de macht van de Nederlandse monarch, wijst men die van de hand met: “Welke voorrechten heeft jullie koningin?” Op de uitleg daarover volgt: “Zie je nu wel.”

Iedere samenleving krijgt de bestuursvorm die zij verdient. Klagen over de gezagsdragers is in een democratie per definitie onlogisch. De meerderheid heeft de structuur in de hand. Gesteld mag worden dat wij met de ontpopping van onze monarchie nog min of meer hebben geboft. Het had slechter gekund.

Vooral de generaties uit de twintigste eeuw van het huis van Oranje etaleerden in het algemeen een grote mate van plichtsbesef en streefden naar een behoorlijke verwezenlijking van het koningschap. Resultaten uit het verleden leveren overigens geen garantie voor de toekomst. Sterker nog, de huidige ontwikkelingen geven signalen af, waardoor zelfs bij de oranjeverenigingen de twijfels hand over hand toenemen.

In het begin van deze eeuw groeide er onbehagen over zekere aspecten van de huidige monarchie. De gemiddelde Nederlander ziet de groei van families gelieerd aan de vorstin en begrijpt echt niet meer wie nu wel en wie niet tot het koninklijk huis moeten worden gerekend. Jongedames uit de gegoede burgerij worden met hun oorspronkelijke of nieuw verzonnen voornaam met prinses aangeduid en huppelen in het kielzog van de koningin.

Over kielzog gesproken, dan doemt ook op, het onderbrengen bij bepaalde rijksdiensten van de beslommeringen van de familie. De Groene Draack, een Lemster aak, eens het trotse geschenk van Varend Nederland, wordt voor jaarlijks onderhoud op kosten van de belastingbetaler ondergebracht bij de marine. Vele andere activiteiten blijken regelmatig gekoppeld aan de financiering door de nationale schatkist. Dit alles naast de, zelfs in koninklijke kringen als riant aangemerkte, vaste vergoedingen.

Kwesties als deze zouden normaal in politieke verhoudingen reden genoeg vormen om eens na te gaan of de betrokken personen niet eens plaats zouden moeten maken. In de overerfde posities wordt deze pressie veel lastiger. Het probleem ligt dus niet bij een bepaalde dynastie of bepaalde personen, maar bij het principe van de overerving.

Onlangs werd een commissie in het leven geroepen om zich te beraden op de herdenking van datgene wat zich 200 jaar geleden heeft afgespeeld. In 1813 verwierven de Lage Landen hun zelfstandigheid. In 1815 kwam de monarchie tot stand onder koning Willem I. Het komt mij voor dat deze gebeurtenissen bij uitstek geschikt zullen zijn om de samenleving te laten verwoorden in welke mate men die ontwikkelingen waardeert.

Persoonlijk hijs ik uitbundig de nationale driekleur in 2013. Voor 2015 reserveer ik de wimpel van Drenthe.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.