Bezoek aan Erwin Lensink

Veiligheidsmaatregelen
Wij kunnen ons daar dus wel iets bij voorstellen. In een laatste vakje van mijn portemonnee vind ik mijn identiteitskaart.
De Vries vraagt of hij een aantekenboekje met een pen mag meenemen. Dat is niet toegestaan. Hij krijgt de sleutel van kastje 13 om het daarin op te bergen. Zijn tas mag ook niet mee naar binnen, evenmin als zijn jasje.
Mijn tasje gaat er ook in. Gek eigenlijk, ik houd mijn jasje gewoon aan. Het hoort bij een kostuum, antraciet van kleur. Donkerpaars overhemd, zoals je wel ziet bij bisschoppen in burger, bovenste knoopje ook vast, geen ronde boord, geen stropdas. Ik knoop me zelf niet graag een tweede keer op. Niets zeggen en kijken wat het wordt. Ik experimenteer graag.

Door het poortje
De Vries mag het eerst door het poortje. In één keer correct. Ook ik ga door het poortje: piep piep piep. Terug, schoenen apart door de scan. Correct. Ik stap weer door het poortje: piep piep piep. Terug, riem uit de broek. Weer door het poortje. Correct. Pen en papier in de binnenzak van een kostuum zijn blijkbaar toegestaan. Je moet toch iets kunnen noteren. We komen begeleid door een sleutelbos in een wachtruimte. Kunstlicht, plastic stoelen op rijtjes. Mijn blik valt op de muur voor me. Lichte kleurvlakken. Ook een tekst, letters van twintig centimeter hoog. Er staat:

Een wijdse blik verruimt het denken

Kunstig, om een situatie zo kort en puntig weer te geven
´s Avonds in Delft, op een verjaardagsetentje, vertel ik die scène. Iemand zegt ´dat is een tekst van Loesje. Die vind je op Loesje.nl. Hoe zit dat dan met copyright? Ik noteerde geen aanhalingstekens. Die stonden er niet. De woorden zullen toch niet óók zijn bedacht door de leiding van de ‘directie van het gevangeniswezen’ op het ministerie van Veiligheid en Justitie in Den Haag. Onder die directie ressorteert namelijk de P.I. te Grave, logement van Erwin Lensink.

Naar de gevangenen
Er gaan mensen weg uit de ruimte. Zij weten blijkbaar hoe het gaat. Enkele dames, twee kinderen: vadertje kijken. Wij blijven bescheiden zitten, maar worden toch uitgenodigd aan te sluiten. Het is een zaal met
een tamelijk laag plafond. Kunstlicht en matglazen ramen. In het midden van de zaal is een soort binnenruimte gecreëerd met een opstand van zo’n anderhalve meter hoogte waarvan het bovenste deel doorzichtig is.
Je kunt er met een beetje moeite ook overheen buigen, voor een zoen (bij anderen) of voor een aai over de bol zoals in ons geval.
Aan de buitenzijde van de opstand staan een tafeltje en twee stoelen op de plek waar de gevangenen ons opwachten. Er waren naar ik me herinner vier gedetineerden. Ik noteer de ‘Loesje’ die hier op een muur voorkomt. ‘De wereld is mooier met jou.’ Een spreuk van heb ik jou daar, weer kort en o zo puntig.

Contact
Natuurlijk, we stellen ons voor. We zijn van gezicht onbekend voor Erwin Lensink. Als eerste woord zeg ik er bij: ‘U moet de groeten hebben van Harry en Attie.’ Erwin zegt: ‘Uit Boertange?’, met om zijn mond een brede glimlach. Alleen daarom al was het goed dat we er waren.
Ruud de Vries is vooral aan het woord. Ik kijk naar Erwin en blik in de ruimte, ook zo nu en dan naar de andere gedetineerden en hun bezoek.
Hartverscheurend? Er zijn er zeker die zullen zeggen: ‘Eigen schuld, dikke bult.’ Wij doen dat niet zo gemakkelijk, dat zeggen. Wij kijken liever goed, naar wat gebeurt, en in ons geval naar wat gebeurde.
Ik kijk naar Erwin. Een tamelijk jeugdig uitziende en ook tengere man, lichtgekleurd haar, lichtblauwe ogen, waar ik zo een, twee, drie geen kwaad in zie. Luisteren en kijken, zo kun je iemand ook nauwkeurig opnemen. Ander onderzoek heb ik niet kunnen doen bij gebrek aan gegevens die ik aan de directie wel gevraagd had, maar die ik niet kreeg. Wie er ook bij een bezoek over één nacht ijs gaan, wij willen dat niet.

Voorbereidingsbrief
De brief die aan de directie stuurde, druk ik hieronder af. Wellicht dacht ik misschien te gretig dat een week voor een antwoord wel genoeg zou zijn.

Tenslotte
vraag ik aan Erwin: ‘Jij wilde toch niemand verwonden, toen?’ Welnee, zei Lensink rustig, ‘dan had ik wel wat anders gedaan’. Ik weer: ‘Jij wilde toch geen geweld gebruiken?’ ‘Neen’, zei hij, ‘maar er moest volgens mij alleen wel iets gebeuren voor me, er moest worden recht gedaan.’ Hij komt uitstekend uit zijn woorden.
Stel je zijn situatie van jaren terug eens voor, bedenk ik in mezelf, je moeder is vermoord en jij krijgt de schuld. Ook je broer verdenkt je hevig.
Ik herinner me het nieuws dat ik vanmorgen in de auto hoorde. Er is dertig jaar geleden een baby van twee maanden verdwenen uit de tent van een echtpaar. Geroofd door een wilde hond? Men wilde er niet aan. De vrouw wordt tenslotte wegens moord tot levenslang veroordeeld. Na zes jaar komt de zaak in revisie en zij komt vrij. Zeer onlangs – het nieuwsfeit van vanmorgen – is het vestje van het kleine kind in een hol van wilde honden gevonden. Wat kan men zich vergissen. Maar ook, wat een onrecht.

Niet zeldzaam
Helaas zijn zulke gevallen ook hier niet zeer zeldzaam. Ik hoef er hier niet te noemen. U kent ze zelf wel. Wat moet die vrouw in Australië hebben meegemaakt. Wat hebben die anderen meegemaakt. Geknecht, ook dat nog, in een penitentiaire inrichting. Rechters blijken ook hier en niet heel zelden van de vergissingen en van de ‘hard geworden’ vermoedens. Hoe zit het met mogelijk (niet uitgesproken) druk vanuit ‘Noordeinde’?
Hoe zit het met de betrokken psychiaters. Ik meen zelf iets van zielkunde te weten, van mensen in crisissituaties, zelfs universitair gecertificeerd.
Ik kijk goed, eerst en vooral, en nog eens en nog eens. Daarom schreef ik ook aan de directie. Er is tot op heden geen antwoord gekomen. Dan maar weer over een week of zes een herinnering sturen. Er kan, net als de vorige keer, iets tussengekomen zijn. Goed kijken. Zelfs als allen die ik spreek het schandalig vinden dat Erwin al bijna twee jaar vast zit om een kleinigheid, kijk ik nog eens goed naar die kleinigheid. Het lijkt mij inderdaad een kleinigheid, goed voor een boete en heenzending.

Fijn
Erwin Lensink vond het fijn dat we er waren. Ik heb nog wel even gevraagd hoe het kwam van die twee weken isoleercel. Daar heb ik ook een vermoeden van, hoe een mens het in die situatie te moede is. Wij horen zijn verhaal ervan aan; het kwam ons weliswaar begrijpelijk voor. Maar we hebben dus geen informatie van de directie om het te checken.
Audi et alteram partem, maar die andere moet er dan wel willen zijn, of tenminste materiaal hebben verstrekt. Dag Erwin, dag, graag tot ziens. Zo gaat het, helaas.

Staande gehouden
Bij het verlaten van het gebouw worden we staande gehouden door bewakingsfunctionaris Van Meel. Nog even praten. ‘Wie van u is meneer Zijlstra?’ Hij had opdracht gekregen van zijn leidinggevende ons iets te zeggen. Het kwam erop neer dat Lensink onze gegevens niet zou hebben opgegeven. Wij zouden dus niet toegelaten zijn. Men had ons vanwege onze inspanningen toch in dit speciale geval uit coulance willen toelaten.
Hij zei ook nog iets over een brief. Wij begrepen het niet ondanks onze hogere opleiding. Is er soms iets aan de hand? Laat men ook hier maar eens, vanwege kokervisie vooral en vanwege naar redelijkheid reageren, een psychiater raadplegen, maar dan wel een met een lager Diederik Stapelgehalte dan enkelen voorheen.

Terugreis
De heer De Vries en ik hebben nog wat nagepraat bij een voormalig buiten ‘Russendaal’, bij Langeboom. niet ver van Lensinks huidige onderkomen. Lieve herinneringen. Ruud de Vries en ondergetekende blijven doen wat onze handen te doen vinden.
Ruud rijdt gewoon weer terug naar Alkmaar, misschien met een omweg langs Pro Republica. Ik ga ook met de auto terug naar huis. Daarna met de trein en een te repareren vouwfietsje ‘Birdy’ naar de firma Tromm (Fietsen en fietsjes, Europaplein 45, Amsterdam, aanbevolen). Daarna naar Delft voor eerdergenoemd verjaardagsfeestje.

Op de ‘Abarca’
Om 00,45 uur komen we aan in Grou voor een paar dagen op het water op de ‘Abarca’. Ik heb meegenomen ter bestudering enige literatuur over politieke processen, in verleden en heden, hier en daar, maar vooral niet te vergeten hier. De koningin is in Turkije, in een bijzonder gewaad, lees ik wel. Dát maakt nog niet bijzonder. Het zal haar worst zijn hoe het met die jongen in Grave is? Ik weet het niet. Ik probeer maar weer heel goed te kijken. Als iedereen het schandalig vindt, dat Lensink zo lang moet zitten, dan is dat toch eigenaardig. Een rechter wikt en een ander beschikt?

Joop Zijlstra, Kastanjelaan 9, 6955 AM Ellecom
0313 – 419 213 of zijlstravangool@gmail.com

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.